Dotteren been mislukt

Dotteren is genoemd naar de Amerikaanse hartspecialist Charles T. Dotter, die deze procedure heeft uitgevonden. De dotterbehandeling kan dan mislukken. Er kan een bloedpropje (trombus – embolie ) in een bloedvat in het been komen. Dotterbehandeling Inleiding Deze webpagina geeft u een globaal overzicht van de dotterbehandeling bij arterieel (slagaderlijk) vaatlijden van de benen. Na de ingreep moet je het been of de arm waarin is geprikt een paar dagen ontzien, maar daarna kun je normaal werken en sporten.

Het bloed dat nu goed overal naar toe kan stromen voert allerlei bouwstoffen aan en afvalstoffen weer af en dat zomaar ineens na een dotterbehandeling. Dat lag allemaal min of meer stil en kan. Daardoor verzuren en verkrampen de spieren. Lopen gaat dan bijna niet meer door de pijn in de spieren van de kuit, het bovenbeen of de bil. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. Looptraining is de meest toegepaste. Andere behandelingen zijn dotteren of opereren. De arts beoordeelt de klachten en maakt een.

Bij ernstige klachten kan de dotterbehandeling dan nog een keer herhaald worden. Dotteren van bekkenslagaders geeft betere resultaten dan dotteren van de beenslagaders. Bij bekkenslagaderen is de vernauwing een jaar na het dotteren in 80% van de gevallen nog steeds weg. Bij een dotterbehandeling wordt geprobeerd om de vernauwing in het bloedvat op te rekken.

U wordt hiervoor minimaal één nacht opgenomen. Voorbereiding: Bij gebruik van bloedverdunners wordt vooraf met de specialist overlegd, wanneer u hiermee moet stoppen. Meestal krijgt u een drukverband om uw lies. Soms mag dit verband eraf als u met ontslag gaat. Probeer de dag dat u uit het ziekenhuis ontslagen bent, het been aan de aangeprikte zijde zoveel mogelijk te ontlasten.

Dit betekent het been zoveel mogelijk gestrekt houden, niet lang lopen of staan, het traplopen beperken en. Een van de manieren om een vernauwing in een bloedvat op te heffen is een dotter – behandeling. Als u toch trap moet lopen, zet dan eerst het goede been neer en trek vervolgens het aangeprikte been bij. Het is dus zinvol om bij twijfel, bij gelijke succes percentages en zeker als een operatie riskant is, te kiezen voor de minder ingrij pende dotterbehandeling (met stent). Angina pectoris bestaat meestal uit een drukkende pijn ter hoogte van het borstbeen, die kan uitstralen naar de kaken en een of beide armen. Vooral voor grote hartinfarcten geldt: hoe korter de tijd tussen het ontstaan van de klachten en de dotterbehandeling, hoe groter de kans op overleving en herstel.

Een jaar geleden zat de slagader in het linkerbeen van de inmiddels 54-jarige Amerikaan wéér bijna dicht. Zijn artsen probeerden een gecombineerde behandeling: dotteren, waarbij de vernauwde slagader weer wordt opengedrukt, en nòg een bypass, maar de operatie mislukte. Het inbrengen van een stent is, net als dotteren (angioplastiek), een minimaal-invasief alternatief – behandeling via een klein sneetje – voor een coronaire-bypassoperatie (CABG). Bij het plaatsen van een stent is het risico dat er complicaties optreden lager dan bij een coronaire-bypassoperatie.

Daarbij wordt bijvoorbeeld een stuk van een ader uit het been of een stuk van een slagader uit de borstkas gehaald en als een soort om-leiding aangebracht over het vernauwde deel van de kransslagader. Indien een dotterprocedure mislukt of niet mogelijk is, kan er besloten worden tot een bypassoperatie over te gaan. De file wordt als het ware omzeild door een sluiproute te nemen. De omleiding wordt gemaakt met een ander bloedvat, meestal een slagader uit de borstkas of een ader uit het been. Een bypassoperatie is een grotere belasting dan dotteren, maar de operatie verloopt meestal zonder complicaties. Weer thuis na een dotterbehandeling.

Een dotterbehandeling wordt ook wel een PTCA genoemd, wat staat voor Percutane Transluminale Coronaire Angioplastiek. Wanneer een hartkatheterisatie aantoont dat een kransslagader in belangrijke mate vernauwd is, dringt zich een behandeling op. Eén van de mogelijke behandelingen bestaat. Als je ter hoogte van de insteekplaats of het been een warm, nat gevoel krijgt of pijn voelt, moet je de.