Gebrek aan galzouten

Door een tekort aan galzouten kan de overmaat aan vette cholesterol onvoldoende opgelost worden. Hierdoor ontstaan er grotere vetdruppels of vetbrokken. Als het tekort aan galzouten groot is, zullen de cholesterolbolletjes ook groter en steviger worden en spreekt men van galstenen. Gal is een geelgroenige (soms zwarte) vloeistof die wordt uitgescheiden door de lever. Gal bestaat onder andere uit water, galzouten, cholesterol en bilirubine.

Als vethoudend voedsel de wand van de twaalfvingerige darm ( duodenum). U vindt hier alle informatie over de diagnose, oorzaken, behandelingen, operaties en het leven met een maag-, lever- of darmziekte. Omdat vet niet oplosbaar is in water komen nu de galzouten van pas om het vet af te breken en zo klein te maken dat het lipase uit de galblaas dit verder kan afbreken en in water kan oplossen. Denk maar aan zeep wat nodig is om vet uit je kleding te halen. Nu kunnen de cellen in de wand van de darmen het verder. Dit geringe verlies aan galzouten wordt voortdurend door de lever aangevuld door synthese vanuit cholesterol. Bij een gebrek aan galzouten worden de vetten niet of nauwelijks geresorbeerd, waardoor steatorroe (vetdiarree) zal ontstaan.

En wat is de oorzaak van overmatige productie van gal door de lever ? In dit artikel worden bovenstaande vragen behandeld en worden verscheidene aandoeningen en afwijkingen van de galblaas en galwegen besproken. Dit wordt toegeschreven aan een gebrek aan galzouten in de darmen die nodig zijn om het LPS te binden. In het verleden is de suggestie gedaan dat toediening van galzouten dit zou kunnen voorkomen. In de meest voorkomende gevallen lijkt bij icterische patiënten echter orgaanfalen secundair aan bacteriëmie en. Bij extrahepatische galobstructie zal er ten gevolge van een gebrek aan galzouten een verminderde absorptie van vitamine K optreden. Aangezien dit vitamine noodzakelijk is voor de synthese van de stollingsfactoren II, VII, IX en X ontstaat er bij deze patiënten een stollingsstoornis die kan worden behandeld met. Een gebrekkige opname van calcium is dus daarmee een gebrek aan vitamine D. Het is dan natuurlijk ook niet ondenkbaar dat dit kan leiden tot galstenen, wat niets meer is dan verkalkte galzouten.

Op termijn ontstaan ernstiger klachten door een chronisch gebrek aan belangrijke voedingsstoffen. Galvloeistof bestaat ondermeer uit water, cholesterol, vetten, galzouten en bilirubine. De galzouten worden bij een gezonde dunne darm weer door de darmwand opnieuw in het lichaam opgenomen. Gal wordt gemaakt in de lever en vervolgens opgeslagen in de galblaas. Taurine is een belangrijk onderdeel van de galzuren, dat er voor zorgt dat de gal zouten goed oplosbaar zijn.

Als er niet genoeg taurine in het lichaam zit, dan zullen de galzouten dus. De ideale eigenschappen voor een goede probiotica is dat zij maagzuurbestendig zijn, bestand zijn tegen de aanvallen van galzouten, zich vasthechten aan de enterocyten, antibiotische stoffen produceren, kankerverwekkende stoffen kunnen vernietigen en dat de verpakking lucht- en lichtdicht is zoals bij. Patiënten met een mutatie in het MDR3-gen produceren gal zonder fosfolipiden. De fosfolipiden in de gal neutraliseren de voor de galgangen schadelijke galzouten. Bij een tekort aan fosfolipiden ontstaat door littekenvorming ernstige galafvloedbelemmering en levercirrose. Gebrek aan lichaamsinspanning en een toename van voedselinname worden algemeen aangewezen als de voornaamste oorzaak. Dit metabolisme verandert de fysisch chemische eigenschappen van de galzouten zodat ze gedeeltelijk samen met calcium afkomstig uit de voeding neerslaan en.

In het tweede deel van zijn onderzoek paste Hoeke zijn bevindingen toe in een ratmodel. De promovendus stelt vast dat een gebrek aan vitamine A tot. We vinden het in de myeline structuren van de hersenen en het centrale zenuwstelsel en in kleine hoeveelheden in de membranen van mitochondria. In de lever wordt cholesterol omgezet tot galzouten, nodig voor de opname van vetten en de vetoplosbare vitaminen (vitamine A, E, D en K).

Uit onderzoek blijkt dat suppletie met probiotica de oxaalzuurconcentratie in de urine aanzienlijk doet dalen. Te weinig galzouten: oxaalzuur bindt met calcium in de darm en wordt vervolgens met de stoelgang verwijderd. Het begin van een stofwisselingsblokkade, een allergie, een gebrek aan vitamines, mineralen en sporenelementen is daarom vaak te vinden in de darmen.