Lidwoorden duits

Lidwoorden begeleiden een zelfstandig naamwoord. Het lidwoord kan onbepaald zijn of bepaald. In het Duits bestaan de lidwoorden uit een stam en een uitgang. De stam is het gedeelte dat nooit verandert. De uitgang varieert naargelang het geslacht (m, v, o, MV) en de functie (naamval) van het zelfstandig naamwoord. De Duitse taal kent drie bepaalde lidwoorden in het enkelvoud: der voor woorden van het mannelijk geslacht, die voor woorden van het vrouwelijk geslacht en das voor onzijdige woorden.

Degenen die Duits als moedertaal hebben weten welk lidwoord bij een zelfstandig naamwoord hoort. NL: lidwoord van bepaaldheid DE: bestimmter Artikel Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp` Download de Android. Duitse grammatica: Duitse naamvallen lidwoorden voorzetsels Dit artikel behandelt enkele zaken: allereerst de functies van de vier naamvallen in het Duits. Vrouwelijk wordt aangeduid met die, mannelijk met der en onzijdig met das. Deze worden in het Duits allemaal vervoegd wanneer er sprake is van een bijvoeglijk naamwoord. Kies bij deze oefening het juiste lidwoord bij het gegeven. Zelf maken lidwoorden geen nieuwe inhoud.

Om houvast te hebben bij het leren en onthouden van de lidwoorden bij de zelfstandige naamwoorden vind je hier de belangrijkste hoofdgroepen. Kijk of je oude en nieuwe woorden zo onder kunt brengen. Dan hoef je veel minder te leren voor een proef (en doe je 90 % goed)! Mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden zijn nauwelijks nog herkenbaar. Bijvoeglijke naamwoorden zonder voorafgaand lidwoord. Alleen de 2e naamval enkelvoud wijkt af maar deze naamval komt vrijwel niet voor).

Der Wein: Alter Wein in neuen Schläuchen. Die Kollegin: Nette Kollegin gesucht. Ik heb morgen een proefwerk Duits en ik zit nu woorden te leren. Ik weet de woorden wel, maar het is steeds gewoon gokken wat het lidwoord is. Wie heeft misschien een tip waaraan je kan zien welk lidwoord het moet zijn?

Ik weet dat het vooral uit je hoofd leren is, maar er zal toch iets moeten zijn om t. In deze les leer je welk bepaald lidwoord bij welk geslacht hoort. Bij het meervoud staat als voorbeeldwoord kein. Dit is omdat er in het meervoud niet gesproken kan worden van slechts een. De functie van het zelfstandig naamwoord (het is onderwerp of lijdend vwp enz.) bepaalt in welke naamval het. Je pakt een zelfstandig naamwoord, zet er een lidwoord voor en klaar!

En als je daarmee rommelt, zeg je al snel iets anders. Nederlandse taalgebruikers hebben het maar makkelijk. Het Duits kent mannelijke, vrouwelijke en onzijdige lidwoorden.

Lidwoorden duits

Er zijn wat handige trucs om te bepalen welk lidwoord je wanneer gebruikt. Grammatik 24: Voorzetsels en lidwoorden samensmelten. Overhoor jezelf in het Engels, Frans, Duits, Spaans of in andere talen, zonder inloggen.

Bij deze oefening moet je de ontbrekende Duitse lidwoorden invullen. Aandacht voor: de der-groep de ein-groep de naamvallen. Het Duitse onbepaalde lidwoord ein (ain) (een) kan verschillende uitgangen krijgen. Welke uitgang het lidwoord krijgt, is afhankelijk van het feit of het lidwoord hoort bij het onderwerp van een zin (nominatief), een genitief voorwerp, een lijdend voorwerp (accusatief) of een meewerkend voorwerp.