Pancreasinsufficiëntie kat

EPI is een aandoening van de pancreas die we niet zo regelmatig zien bij de hond. Toch is EPI een belangrijke aandoening omdat deze ziekte vroeg onderkend moet worden willen we een goede behandeling kunnen instellen. De hoofdsymptomen zijn vermageren, grote hoeveelheden mest, diarree en een ruw haarkleed. We noemen deze ziekte exocriene pancreas insufficiëntie (EPI). De TLI test ( trypsin-like-immunoreactivity) meet de alvleesklier enzymen trypsine en trypsinogeen in het bloed.

Als een hond of kat alvleesklierenzymen krijgt toegediend, meet je deze niet mee in deze test.

Pancreasinsufficiëntie kat

Wel valt de uitslag van de TLI test hoger uit als de. Bij EPI heeft zacht, kleurloze ontlasting en extreme uw hond extreme honger. De ziekte dient levenslang behandeld te worden met Zymoral of Tryplase. Het kan ontstaan door een chronische ontsteking in de pancreas, en bij jonge dieren ligt de oorzaak meestal in een pancreas die nooit goed is ontwikkeld.

Bij Duitse Herders komt het vaker voor dan bij andere honden, en ook katten kunnen EPI krijgen. Wat is exocriene pancreas insufficiëntie (EPI)? Wat zijn de symptomen van een hond met EPI. De pancreas speelt een belangrijke rol in meerdere metabole processen. De exocriene pancreas pro- duceert spijsverteringsenzymen die essentieel zijn voor een normale vertering en voedsel opname. Zowel degeneratieve- als ontstekingsprocessen van de pancreas spelen een belangrijke rol bij de hond en kat.

In de alvleesklier worden enzymen gemaakt die instaan voor de vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten. Deze spijsverteringsenzymen zijn bij afgifte nog inactief. Pancreatitis is een veel voorkomende aandoening bij katten. Ze trekken zich terug, en houden zich zo rustig mogelijk. Sinds de ontwikkeling van de sTLI test is de diagnose relatief makkelijk te stellen en aan de hand van een dieet. Exocriene Pancreas Insufficientie (EPI).

In het kort is exocriene pancreasinsufficiëntie of EPI een stoornis waarbij door een slecht werkende alvleesklier de voedingsstoffen in de darmen onvoldoende verteerd en opgenomen worden. EPI komt ook bij de kat voor, maar is heel zeldzaam. Bij deze aandoening werkt een gedeelte van de alvleesklier niet. De alvleesklier bestaat uit twee delen: het endocriene deel, wat insuline en glucagon maakt en bij verstoring kan leiden tot suikerziekte, en het exocriene deel, wat de enzymen voor het verteren van het. Bij sommige dieren (voornamelijk honden, maar soms ook katten ) kan de productie van pancreassappen verstoord zijn. De aandoening wordt exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI) genoemd. Het leidt tot een verminderde vertering van de voedingsstoffen, voornamelijk van vetten. De onverteerde vetresten in de dunne.

Katten zelden last van exocriene pancreasinsufficiëntie. Deze aandoening komt vaker voor bij honden. Als deze ziekte zich toebrengen katten, hoewel, het heeft het potentieel van het zijn dodelijk en is alleen te behandelen, niet te genezen. Het behandelen van katten met EPI is succesvol, maar ook duur en levenslang.

De meest voorkomende oorzaak van een verstoorde vertering bij de hond berust op de zogenaamde exocriene pancreas insufficiëntie (EPI), meestal veroorzaakt. Laten we zeggen: het is evolutionair nieuw om een hond of kat zoveel granen te voeren. EPI is de aandoening waarbij het exocriene deel. Door gebrek of ernstige schade aan de betreffende pancreas kliercellen worden er onvoldoende verteringsenzymen aangemaakt en afgescheiden. In 50% van de gevallen is er sprake van atrofie ( verlies) van functioneel klierweefsel – oorzaak onbekend, mogelijk auto-immuun.

EPI (onvoldoende werking van de alvleesklier). Ook internationaal is er nogal wat controverse over dit onderwerp. Bij hond en kat is bij acute diarree va- ker sprake van osmotische diarree, waarbij onthouden van.