Passeren keukenterm

Overzicht van de meest voorkomende keukentermen : Passeren. Je kunt vloeibare en halfvloeibare producten ontdoen van vaste bestanddelen door te passeren. Passeren is het filtreren van vloeistoffen door een zeef. In deze tekst lees je meer over de verschillende soorten zeven. Daarnaast komen voorbeelden van producten die gepasseerd kunnen worden aan de orde. Wil je meer te weten komen over de keukentermen die je wel eens in de boeken leest, dan heb je hieronder een lijstje: Abaisse = uitgerolde lap deeg.

Abatis = maag, levertjes van gevogelte. Bepaalde woorden kom je alleen in de professionele keuken tegen. Termen van arroseren tot zeste bekijk je, met de uitleg er bij, in dit gastronomisch woordenboek vol keukentermen. Paysanne, Driehoekje gesneden van groenten. Parures : Wat weggesneden wordt bij het pareren. Dit wordt meestal gebruikt om bouillon van te maken. Pasteuriseren : Het door een kortdurende verhitting tussen 70 en 90C ten dele bacterievrij en daardoor meer duurzaam maken van produkten. Pasta Een van de basismaterialen uit de Italiaanse keuken.

Pasta is de verzamelnaam voor allerlei deegwaren, waarvan spaghetti en macaroni in ons land het bekendst zijn. In Italië bestaan er echter wel 300 varianten. Keukenterm voor het voorbereiden van vlees, gevogelte en vis. Snijd alle vetrandjes, vliezen en zenen eraf.

Pocheren : Langzaam gaar laten worden bij een temperatuur van net onder het kookpunt. Een chinois is een puntzeef die wordt gebruikt in de keuken om bijvoorbeeld bouillon te " passeren " (= keukenterm voor zeven of filteren). Het voordeel van deze zeef-vorm is dat de vloeistof vanwege het Coandă-effect in een straal naar een kleinere pan of schaal gepasseerd kan worden. Een puntzeef, ook wel chinoise of chinois, is een zeef die wordt gebruikt in de keuken om bijvoorbeeld bouillon te " passeren " ( keukenterm voor zeven of filteren ). Soms wordt in het chinoise een passeerdoek gelegd. Dit is een fijne doek die lijkt op een theedoek maar speciaal gemaakt is om vloeibare etenswaren heel fijn te. Een index van de meest voorkomende keukentermen.

Nu zijn begrippen als koken, bakken en braden natuurlijk geen probleem, maar in sommige recepten staan keukentermen waar je nog nooit van gehoord hebt. Wil je een gladde saus, soep of puree, dan zeef je de ingrediënten met een linnen doek of zeef. Pastei Korst van korst- of bladerdeeg gevuld met ragout. Persillade Mengsel van fijngehakte kruiden ( peterselie, knoflook) en gezeefd broodkruim of paneermeel. Er zijn twee soorten: de etamine, zeer fijn en bestemd om bouillons en sauzen te passeren en de grovere die bedoeld is im gebonden soepen of sauzen te passeren. Condiment – Voedingsstof, gebruikt om de smaak van produkten te verbeteren. Deze term kan zeer breed worden opgevat: specerijen.

Bereidingen hier naar genoemd zijn voornamelijk luchtig. Myoteren: Sudderen, gaarstoven zonder kleur te krijgen. Bij kerriepoeder en paprikapoedergebruikelijk om de smaak beter te ontwikkelen. Conserveren van levensmiddelen door verhitting tot een temperatuur waarbij ziekteverwekkende microorganismen gedood worden. Serveerwijze waarbij gerechten op het bord worden opgemaakt en doorgegeven. Zeef met een draaisysteem om de bereiding door de zeef te duwen.

Paté Hartig mengsel van fijngehakt vlees of wild, vaak met een deel varkensvlees en spek, dat met of zonder deegkorstwordt gebakken en koud wordt gegeten. Het woord wordt ook gebruikt voor mengsels die niet zijn. FONDS, Basisvloeistoffen of grondvloeistoffen. FONTAINE, De bloem in kuilvorm op tafel leggen.

FOURRER, Beleggen bedekken opvullen.